Een jaren 70-woning verbouwen: wat u tegenkomt in Paddepoel, Selwerd en Vinkhuizen
Over vooroorlogse woningen is veel geschreven. Vocht, loden leidingen, enkel glas: het lijstje is bekend. Maar een groot deel van Groningen bestaat helemaal niet uit jaren 30-panden. Paddepoel, Selwerd, Vinkhuizen, Beijum en Lewenborg zijn opgezet in de jaren zestig, zeventig en tachtig, en die woningen hebben hun eigen set problemen.
Het goede nieuws: die problemen zijn beter oplosbaar dan bij een vooroorlogs pand. De constructie is voorspelbaarder, er zit vaker een spouw in, en de fundering is meestal van beton. Het minder goede nieuws: de indeling zit vrijwel altijd in de weg, en dat is nu net de duurste ingreep.
Wat een naoorlogse woning anders maakt
| Onderdeel | Jaren 30-woning | Jaren 60 tot 80-woning |
|---|---|---|
| Fundering | Vaak houten palen, risico op paalrot | Meestal beton, zelden een probleem |
| Spouw | Vaak geen of zeer smal | Aanwezig, vaak leeg of matig gevuld |
| Indeling | Ruime kamers, hoge plafonds | Kleine kamers, lage plafonds, veel muren |
| Elektra | Vaak volledig verouderd | Te weinig groepen voor deze tijd |
| Vocht | Optrekkend vocht, kruipruimte | Meestal koudebruggen en condens |
| Grootste kostenpost | Herstel en installaties | Constructief openbreken |
Probleem 1: de indeling
Dit is waar bijna elk project begint. Woningen uit deze periode zijn ontworpen met gescheiden functies: een aparte keuken, een aparte woonkamer, een gang ertussen. Dat past niet meer bij hoe mensen nu wonen, en het maakt de begane grond donkerder en kleiner dan hij is.
De vraag is telkens of de muur die weg moet dragend is. In naoorlogse bouw is dat vaker het geval dan mensen denken, omdat de verdiepingsvloeren op relatief dunne binnenmuren rusten. Weghalen kan dan alleen met een vervangende constructie. Bij onze renovatie aan de Zandsteenlaan in Vinkhuizen hebben we daarvoor een stalen draagconstructie aangebracht, waarna de begane grond één ruimte kon worden. De stalen kolom is bewust in het zicht gebleven.
Probleem 2: te weinig groepen
De elektrische installatie in deze woningen is meestal niet gevaarlijk, maar wel krap bemeten. Er waren destijds simpelweg minder apparaten. Een vaatwasser, wasdroger, magnetron, inductiekookplaat en een laadpaal stonden niet in het ontwerp.
- Aparte groepen voor keukenapparatuur, wasmachine en droger, en de badkamer.
- Een gemiddelde eengezinswoning komt uit op acht tot twaalf groepen.
- Voor inductie is een aparte krachtgroep met perilex-aansluiting nodig, circa € 200 tot € 350.
- Een groepenkast vervangen kost € 850 tot € 1.200 klein en € 1.200 tot € 1.800 groot.
Probleem 3: de spouw en de koudebruggen
Anders dan bij vooroorlogse bouw zít er een spouw, en dat scheelt: die is na te isoleren zonder de gevel open te maken. Maar het rendement valt tegen als de rest van de schil niet meedoet. Betonnen vloerranden, dorpels en de aansluiting bij het dak vormen koudebruggen waar het vocht neerslaat, en dat is precies waar mensen daarna schimmel zien.
Wat een aanpak ongeveer kost
Voor een complete renovatie van een woning van 100 m² rekenen wij op € 55.000 tot € 80.000 in de basisuitvoering, € 80.000 tot € 120.000 in de middenklasse en € 120.000 tot € 180.000 luxe. Bij naoorlogse woningen zit het verschil vooral in de constructieve ingrepen: elke muur die weg moet, kost stutten, een berekening en een vervangende constructie.
Wat u wel meekrijgt ten opzichte van een vooroorlogse woning: geen paalrot, geen loden leidingen, geen asbestonderzoek bij elke ingreep, en een schil die zich laat verbeteren zonder dat u de gevel hoeft af te breken.
Veelgestelde vragen
Naoorlogse woning die op de schop moet?
Wij kijken naar de indeling, de constructie en de schil, en zetten in het verbouwplan wat er kan, in welke volgorde en wat het kost. Inclusief de vraag welke muren dragend zijn.